| langharige teckel | ||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
| FCI 4e groupe, teckels (dachshund) | ||||||||||||||||||||||
|
Langharige teckel Teckels zijn zeer laagbenige brakken. Door deze lage bouw zijn ze geschikt om in holen te gaan. Ze hebben een aangeboren roofwildscherpte en ook het luid- op-spoor van de brak hoort van nature aanwezig te zijn. Is naast het werk op de vossenbouw ook bijzonder geschikt voor het zweetwerk. Ook wel gebruikt voor het drijven van haarwild en wilde zwijnen. De ruwhaar heeft een wildkleur en heeft een goed beschermende vacht met veel onderwol. Deze teckel is het meest geliefd bij jagers. Er zijn drie maten: de standaard-, de dwerg- en de kaninchenteckel. Deze laatste is klein genoeg om in een konijnehol te gaan.Voor mensen die een hond hebben met goede jachtaanleg en dit willen ontwikkelen, bestaat de mogelijkheid deel te nemen aan diverse veldwedstrijden en proeven, die de NTC met grote regelmaat uitschrijft. Hiervoor worden o.a. zweetspoorproeven, luid-op-spoor-proeven, veelzijdigheidsproeven, stöberproeven, schot- en watertesten, etc. georganiseerd. Al het veldwerk vindt plaats om de bruikbaarheid van de teckel als werkhond in stand te houden. Ze zijn slim en
vindingrijk en zeer aanhankelijk jegens de baas. Ze zijn buitengewoon waaks
en hebben een moedig en nieuwsgierig karakter. In tegenstelling tot veel
andere hondenrassen zoeken teckels heel bewust oogcontact. Zij lezen als het
ware wat er in hun mensen omgaat, waardoor een bijzondere binding ontstaat. Teckels zijn jachthonden met een dikwijls felle jachtpassie en dat is tevens de oorzaak van het eigenzinnige karaktertrekje dat in iedere teckel huist. Al vele honderden jaren lang werden teckels gebruikt voor de jacht op vossen en dassen (vandaar de ietwat ouderwetse benaming Dashond)! De hond werd daartoe in de vossenburcht gezet en moest op eigen initiatief het karwei klaren. Daar is een flinke portie moed, doorzettingsvermogen en slimheid voor nodig. Deze eigenschappen zijn door de eeuwen heen in het ras doorgefokt, vandaar dat de zelfstandigheid en eigen inbreng van de teckel zo dikwijls voor "eigenwijs" wordt aangezien. Ook heden ten dage wordt er nog steeds met teckels gejaagd, zowel op ondergronds als bovengronds wild. U begrijpt daar wel uit dat u geen troetelig dameshondje in huis haalt, maar een sterke gespierde hond met een enorm uithoudingsvermogen en een markant karakter. Het jachtinstinct wil nog wel eens moeilijkheden opleveren, waardoor men de hond met veel jachtpassie niet of nauwelijks los kan laten lopen in het vrije veld. Doet men dit wel, dan gebeurt het meer dan eens dat de teckel verdwijnt en zich urenlang niet laat zien. U zult in zo'n geval moeten blijven wachten tot het de teckel belieft terug te komen. Straffen heeft weinig zin, want de volgende keer is de jachtpassie weer sterker dan uw straf of boze woorden. Aangelijnd houden is de boodschap! Teckels kunnen heel oud worden, maar het is algemeen bekend dat de lange rug van deze honden hun kwetsbare punt is. Laat ze niet hoog springen en geen trappen lopen; zorg er vooral voor dat uw hond niet te dik wordt, daar de rug van een slanke hond minder zwaar belast wordt dan van een dikke. Dat kan moeilijkheden opleveren, daar de teckel zoals iedere werkhond een onverzadigbare eetlust heeft. U zult moeten leren daar niet aan toe te geven. Wegens de kwetsbare rug is het beter de pup uit de handen van heel jonge kinderen te houden, daar deze nogal eens de neiging hebben om met het kleine hondje te slepen en te sjouwen, waardoor schade aan de wervelkolom kan ontstaan (maar in wezen geldt dit voor ieder hondenras!). Teckels kunnen uitstekend met hun soortgenoten overweg. Andersoortige huishonden en katten worden wel geaccepteerd, maar dit gaat beter als zij er van jongs af aan mee opgroeien. Knaagdieren en vogels zult u achter tralies moeten houden, daar ze op het jachtinstinct van de teckel werken. Natuurlijk bevestigt de uitzondering de regel, wij spreken hier in het algemeen. Teckels worden gefokt in drie verschillende maten en haarvariëteiten, waardoor er in totaal 9 soorten bestaan. 4e groupe Teckels
De grootste is de Standaard teckel, die een borstomvang heeft vanaf 35 cm. tot een niet nader vastgelegde maat. Het gewicht kan variëren tussen 9 à 10 kilo. Het middelste type is de Dwergteckel, die een borstomvang heeft van 30 tot 35 cm, waarbij het gewicht varieert tussen de 5 en 7 kilo. Tenslotte is er het kleinste slag en dat is de zgn. Kaninchenteckel, die een borstomvang heeft tot 30 cm en een gewicht dat schommelt tussen de 4 en 5 kilo. De verschillende haarvariëteiten zijn als volgt: De KORTHARIGE Teckel die de volgende kleuren kan hebben: black and tan (d.i. zwart met geelbruine aftekening aan snuit en poten), chocoladebruin, roodbruin en getijgerd (d.i. een onregelmatig vaag vlekkenpatroon). De korthaar is de oervorm van de teckel en heeft dientengevolge de meest rastypische eigenschappen. Deze honden zijn buitengewoon zachtaardig, lief en aanhankelijk voor het eigen gezin, maar tegenover vreemden kunnen zij wel eens gereserveerd zijn. Indien zij met kinderen opgroeien worden deze uitstekend geaccepteerd, maar het kan moeilijker zijn, indien de hond er op oudere leeftijd voor het eerst mee geconfronteerd wordt. Dit soort teckels is zo aanhankelijk dat zij ook thuis de baas/vrouw vaak op de voet blijven volgen. Qua uiterlijk een robuuste, goed gespierde verschijning die gezien zijn zeer korte beharing niets te verbergen heeft en bijzonder makkelijk is in het onderhoud.
De LANGHARIGE Teckel heeft halflang sluik haar met lange bevedering aan de oren, de achterzijde der poten, onder- en voorborst, alsmede een fraaie pluimstaart. De kleuren zijn hetzelfde als bij de korthaar, maar daarbij komt nog de kleur diep kastanje-rood. Deze variëteit is ontstaan door kortharige teckels te kruisen met spaniëls en Ierse setters, vandaar de laatstgenoemde kleur. In grote lijnen kan men stellen dat de langhaar teckel de zachtaardigste is van de drie soorten. Zij kunnen goed met kinderen overweg en ook tegenover vreemden stellen zij zich vriendelijk op. Zij moeten regelmatig geborsteld worden en de lange haren v.t.t.t. goed doorgekamd met het oog op klitvorming. De RUWHARIGE Teckel behoort een stekelige vacht te hebben met een flinke baard en wenkbrauwen. Het is bij jonge pups moeilijk te zien hoe de beharing zich gaat ontwikkelen, maar het is wel een feit dat de meest wollige pup uit het nest dikwijls een hond wordt met een te overdadige en zachte vacht. Meestal zijn de ruwharen wildkleurig, maar er komen - zij het sporadisch - eveneens black and tan, rode en chocoladekleurige honden voor. De ruwe beharing is ontstaan door kortharige teckels te kruisen met de Dandie Dinmont- en andere Terriërs. Goede gezinshonden, ook bij kinderen. Dit is tevens de soort teckel die het meest
voor de jacht gebruikt wordt.
|
||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||