duitse staande hond langhaar
 
 
 
 
     
  FCI  7e groupe, Chiens d'arrêt continentaux, type épagneul, section 1  
  Duitse staande hond langhaar

De Duitse Staande Langhaar is een allround jacht gebruiks-hond. De veelzijdige Langhaar is, in handen van deskundige voorjagers, in staat uit te blinken op wedstrijden proeven en tentoonstellingen en kan het met succes opnemen tegen gespecialiseerde concurrenten.

Zijn veelzijdige aanleg en bereidwilligheid, snelheid en uithoudingsvermogen, intelligentie en leergierigheid, trouw en aanhankelijkheid zijn de eigenschappen die de Langhaar erg populair maakt bij jagers en jachthonden liefhebbers in Nederland, zowel voor het werk vóór als ná het schot. Zij maken de Langhaar tot een dierbare kameraad en vooral jachtmakker.
De veelzijdigheid en bruikbaarheid als jachthond, de neus en conditie als wedstrijdhond, de schoonheid en kwaliteiten als showhond, het uiterlijk en karakter als huishond, maken de Langhaar tot "een hond om mee op te trekken". Mede door zijn dichte, beschermende vacht ook na het schot geschikt voor zwaar waterwerk. Hierdoor nog meer all-round dan de Korthaar.
Naast de kleur bruin komt de Langhaar ook voor in de kleur bruin-bont.

" Met de Grote en Kleine Munsterlander, de Drentsche Patrijshond, de Epagneul Francais, de Stabyhoun en de uitgestorven Belgische Staande Hond, behoort de Duitse Staande Hond Langhaar tot de groep der zogeheten vogelhonden, waarbij ook de Wachtelhund, de gehele groep van de Franse Epagneuls en de Engelse en Amerikaanse Spaniels behoren.
Ontegenzeggelijk heeft ook de Weimarse Staande Hond een ontwikkeling doorgemaakt, die enigszins te vergelijken is met die van de Duitse Staande Honden, maar de Weimarse Staande Hond Langhaar, ontstaan uit Kortharigen wordt niet tot de echte vogelhonden gerekend, die in bouwen in wijze van jagen verschillen met de Kortharige en Ruwharige Staande Honden.
Helaas heeft men bij het creëren van vele rassen in het begin weinig of zelfs helemaal niets geregistreerd, waardoor veel verschil in opvatting over de afstamming is ontstaan. Ongewenste eigenschappen als zodanig vermeld in standaards, leiden door hun recessief bepaalde aanleg een taai leven en kunnen van tijd tot tijd de kop opsteken. Het voert te ver om in dit korte bestek uitvoerig stil te staan bij de lichte vormveranderingen die in het exterieur van een ras kunnen ontstaan, wanneer een aanvankelijk ongewenste eigenschap, in dit geval de ontwikkeling van langharige uit kortharige honden, weer als raspunt wordt erkend en de honden onderling niet meer gekruist mogen worden.

Iedere afscheiding die tot verzelfstandiging van een ras leidt, of deze afscheiding nu omwille van een vachtstructuur of kleur gaat of zelfs om een meer complexe aanleg van jachteigenschappen, laat op den duur een afwijkend beeld van het oorspronkelijke ras zien. Bijvoorbeeld de scheiding van de kleur bij de Ierse Setter in de eenkleurige rode en de rood-bonte variëteiten, die heden ten dage niet alleen in kleur, maar ook in bouw- en jachtaanleg volkomen verschillen. Hoewel de standaard voor de Kortharige Hollandse Herder en de Langharige volkomen hetzelfde zijn, tonen beide in uiterlijk en in innerlijk grote verschillen.
Langharige honden tonen niet alleen, maar zijn ook langer in bouw dan Kortharigen en Ruwharigen. Vanaf het moment, we schrijven het jaar 1879, dat er voor de Duitse Staande Hond Langhaar een halt werd toegeroepen deze nog langer met de Korthaar te kruisen en een standaard werd opgesteld, begon de verzelfstandiging van het ras. Bovendien stelde men zware eisen aan de gebruikskwaliteiten van de honden en deze selectie resulteerde in het ontstaan van een vijftal Langhaar-stammen, genoemd naar de vaderhonden, de Mylord-stam, de Don-stam, de Roland-stam, de Job-stam en de Kalcksteiner-stam.
De laatste stam was niet genoemd naar een vaderhond, maar ontleende zijn naam aan die van de fokker, Alexander von Kalckstein, die reeds lang honden van een kleiner en lichter slag fokte dan de meer zware en grote honden uit de andere stammen.

De bekende auteur van een standaardwerk over de Duitse Staande Langhaar, K. Brandt, bezat een teef uit de Roland-stam die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het huidige type van het ras.
Ze bracht meer dan 50 pups ter wereld met voortreffelijke jachteigenschappen.
In tegenstelling tot de honden die middels kruisingen met Setters waren ontstaan- een fokrichting die rasfanaten niet konden waarderen en afdeden met anglomanie en waarvan de honden van Prins zu Solms-Braunfeld het slachtoffer werden waardoor deze niet opgenomen konden worden in het stamboek -eiste men van de echte Langhaar een meer rustige wijze van werken dan die van de Anglomanen.

Ook aan de beharing werd grote zorg besteed en wanneer de bevedering aan oren, achterzijde, voor- en achterbenen en staart niet voldoende zwaar en dicht was, werden geen stambomen afgegeven. Vooral op de dunbehaarde oren, de zogeheten leeroren, had men het gemunt.
Het karakter van de Langhaar verschilt heel sterk van dat van de Korthaar en komt meer overeen met het temperament en de zieleroerselen van de Draadhaar; eigenzinnig, onbuigzaam, koppig, stug en onstuimig. Dieren, begiftigd met deze eigenschappen, zijn moeilijk af te richten, maar na een lang en volhardend proces voldoen ze aan de hoogste eisen van bruikbaarheid mits met vaste en consequente hand geleid. Ze zijn dan geschikt voor elk onderdeel van de jacht.
De uitstekende neus van de Langhaar garandeert een vlotte en betrouwbare zoekwijze, waardoor hij goed voorstaat, op voortreffelijke wijze ziek wild opspoort, perfect apporteert, ook uit het water en een zweetspoor uitstekend volgt. Ook het bewaken van huis en erf kan aan hem worden overgelaten.

Het moet een krachtig gespierde hond zijn met scherpe lichaamscontouren.
De uitdrukking moet intelligent zijn en van adel getuigen. Hij moet een levendig en opgewekt, geenszins zenuwachtig karakter hebben. Het gestrekte droge hoofd heeft een lichtgewelfde schedel die evenlang is alsde voorsnuit die breed moet zijn met een lichte ramsneus en met een schuin oplopende stop in de schedelovergaat. De onderkaak is krachtig.
Het geslachtstype moet in het hoofd duidelijk waarneembaar zijn zonder te grof te worden bij de reuen of te fijn bij de teven. De adel moet van het hoofd afstralen.
De Duitse Staande Hond Langhaar moet een volledig, krachtig gebit hebben met sterke hoektanden. De oren zijn breed bij de aanzet die hoog is. Ze liggen vlak tegen de wangen en de punt is afgerond. Het lichtgegolfde haar hangt iets over de randen van het oor.
De lengte van de oren moet in verhouding tot het hoofd en de gehele verschijning staan. Goed gesloten, zo donker mogelijke ogen. Bruine neus. De krachtige, edele hals gaat vloeiend over in de schouders en de borst. De diepe borst moet tot de ellebogen reiken en de breedte ervan moet in juiste verhouding tot de hond zijn. Buik iets opgetrokken. De rug dient stevig, recht en kort te zijn.
De schoft moet iets hoger liggen en de lendenen moeten lichtgewelfd zijn, wat verwijst naar kracht. Het bekken helt eveneens licht. De lengte van de rug moet in overeenstemming zijn met de grootte van de hond.
Gestreefd moet worden naar een vierkante bouw. De staart moet in het verlengde van de rug aangezet zijn en deze wordt horizontaal of licht omhooggebogen gedragen. Van wortel tot punt, recht met een fraaie vlag aan de onderzijde, die halverwege de staart het langst is en fraai verloopt naar de punt. Een iets te lange staart mag een weinig ingekort worden om stukslaan tijdens het werk te voorkomen.
De schouderbladen moeten lang zijn en schuin liggen. De toppen mogen niet boven de schoft uitsteken. Van voren gezien liggen schouderblad, opperarmbeen en benedenarm in een loodrechte lijn. Hoek schouder-blad-opperarmbeen moet plusminus 90 graden zijn bij een loodrechte stand van de onderarm. Bij een zeer brede borstkas mogen de ellebogen iets naar buiten draaien.
Van achteren gezien moeten heupen, boven- en onderschenkel alsmede de middenvoeten in een rechte lijn liggen. Van terzijde gezien moeten boven- en onderschenkel een hoek vormen die in harmonie met de hoeking aan de voorhand dient te zijn.
Hubertusklauwen, indien aanwezig bij de geboorte, moeten weggenomen worden. De matig lange, ronde voeten moeten goed gesloten zijn met krachtige tenen en flinke voetzolen.

Een zeer belangrijk punt naast goede bouwen vlotte krachtige, maar toch soepele beweging, dient de beharing te zijn, getuigend van een echte Langhaar. Op de rug en de flanken moet het haar 3-5 cm lang zijn, aan de hals op de voorborst en op de buik iets langer. Goede bevedering aan de achterzijde van voor- en achterbenen, de middenvoeten minder bevederd.
Tussen de tenen dichte beharing ter bescherming van de voeten in moeilijk begaanbare terreinen en bij slechte weersomstandigheden zoals sneeuwen vorst. Op het hoofd en de voorsnuit is het haar kort en dicht, waardoor een scherp silhouet ontstaat. Volle behaarde oren en een flinke vlag aan de staart.
De Duitse Staande Hond Langhaar is geheel bruin, de zogenaamde leverkleur.
Ook komt bruinschimmel voor, wit met bruine platen of bruinschimmel met bruine platen.
"Totverbellen" of "Totverweisen", is nog in enkele stammen aanwezig. Vooral bij de Langharen die ingezet worden bij de jacht op rood- en zwartwild, herten, reeën, moeflons en wilde zwijnen, komen deze eigenschappen goed van pas."
(uit Handboek Kynologie)

 

The earliest of the German pointers.
The German Longhaired Pointer (GLP) is considered to be the earliest of the German Pointers.Copperplate engravings and oilpaintings from the 16th century shows longhaired gundogs of wachteltype in diverse types of hunting situations, both bird- and big game hunting. They were relatively small dogs with brown fur, broad heads and docked tails. At that time one hade not yet begun to use the dogs pointing ability. During the 16th and 17th century this gundog developed into a large, sturdy dog with narrow and slow field work, hunting with GLP compared to todays hunting with spaniels.

Brittish sauce to the marmelade
Eventually one started to glance at the Brittish pointing dogs and around 1850 one started to import Brittish pointing dogs, among others Gordon- and Irish setter. Impressed by their litheness and ground covering movements and to gain these traits one started to breed thees dogs to the GLP. Since no breeding plan existed this did not only result in a swifter dog but also in a chaos of types and colours that were named "The old German Marmelade with English Sauce".

Five progentitors
To structure the breeding one did once again turn to Brittain and decided to use the Brittish way to pure bred dogs. The first breeders association for GLP was formed in 1878 in Berghausen, Germany. The following year a big show took place in Hannover, Germany, and the breed standard for GLP, and also German Shorthaired Pointer (GSP), were estblished. A dog named Mylord-1 set the standard. At the start there were five lines of GLP´s, each from a certain progenitor-Job, Don, Roland, Kalkstein and Mylord - 1. One of these dogs, Kalkstein, brought the white/brown pattern to the breed. It is also worth mentioning that Mylord-1 were bred to a English Pointer bitch and so ancestered several fine GSP.

About large and small münsterlander
At that time many black n´white GLP´s were to be found. They were considered undesirable. The brown n´white and the black n´white dogs were not to be mixed and the latter were registred separately in the book of pedigrees. This system existed as late as 1943. The black n´white dogs were the base for Large Münsterlander and it were recognised as a separate breed 1919. In the 1960th and 1970th GLP´s were bred to the Large Münsterlander. As a matter of curiosity one can mention that the roan colour of the Small Münsterlander is a result from that GLP´s were bred to Small Münsterlander in the 1920th.

Deutsche langsam? German slow?
In the early 1900 the GLP had developed to a large and heavy dog called "Deutsche Langsam/German Slow". Now one started a purposeful and planned breeding using middlesized dogs with good hunting skills. Also, once again, Gordon Setter was bred to the GLP. Fast progress were made and with the combination of the Brittish pointing dogs exellent field qualities and endurance, together with the inheritance of the German Pointing dogs; waterpassion, ability to retrieve, sturdy trailing and sharpness towards predators, one thought to have gained the ideal gundog.

The ironcurtain and the continued breeding of GLP
The second World War became an obstacle for the breeding of GLP´s since many dogs were lost from the West behind the Ironcurtain. It was not until the 1960th as some of the to the West lost Eastern European lines were regained through Czech dogs.

The swedish story
The German Longhaired Pointer were imported to Sweden in 1976 by Richard König. He imported one dog and three bitches from West Germany. Since then about 30-40 puppies are registred in Sweden every year. In Germany the GLP is the numerical fourth largest gundog and about 800 puppies are registred each year.

 

  Meer informatie bij de rasvereniging en ras-specifieke websites

  Continentale Staande Hondenvereniging   FCI Standaard Nr. 117
  Duitse Staande Langhaar (Hondenpage,com)   Kennel Club Breed Standard
  Dieren en Rassen   Breeds of Dogs
    Vos Chiens
   
   
Breed Clubs
World Wide

 

 
   
  German Longhaired Pointer (Standard Kennelclub)   German Longhaired Pointer Club
   

  Langhårsklubben

  Svenska Vorstehklubben
   
  Norsk Vorstehhundklubb   Finska Vorstehklubben
   
  Club Belge du Braque Allemand   Deutsch-Langhaar
   
  NAVHDA   GLP Club of North America
   
German Longhaired Pointer  
   
   
 
 
 

                                                                                             

Rassen die u in Nederland in het jachtveld kan tegenkomen:

STAANDE HONDEN
Engelse staande honden


Pointer
Ierse Setter
Engelse Setter

Gordon Setter


meer...


      

STAANDE HONDEN
Snelle, ruim jagende continentale honden

Duitse Staande
Korthaar

Duitse Staande
Langhaar

Duitse Staande
Draadhaar

Griffon
Vizsla
Epagneul Breton

meer...

STAANDE HONDEN
Minder snel en minder ruim jagende continentale honden

Spinone Italiano
Drentsche Patrijshond
Friese Stabijhond
Wetterhoun
Grote Münsterlander
Kleine Münsterlander of Heidewachtel
Weimaraner
Epagneul Francais


meer...

     
DRIJVENDE HONDEN

Engelse Springer
Spaniel

Welsh Springer
Spaniel

Engelse Cocker
Spaniel

Duitse Brak of
Steenbrak


meer...

RETRIEVERS

Labrador Retriever
Golden Retriever
Flatcoated Retriever
Curly Coated Retriever
Chesapeake Bay
Retriever

Nova Scotia Duck
Tolling Retriever


meer...

AARDHONDEN

Ruwharige Teckel
Langharige Teckel
Kortharige Teckel of Dashond
Jack Russell Terriër
Duitse Jachterriër


meer...

     
ZWEETHONDEN

Hannoveraanse Zweethond
Beierse Bergzweethond


meer...