duitse staande hond korthaar
 
   
     
  FCI  7e groupe, Chiens d'arrêt continentaux, type braque, section 1  
  Duitse staande hond korthaar

Deze snelle, ruim jagende Duitse staande is in ons land een populaire jachthond. Met een goede opleiding is deze hond een goede all-round jachthond. Alleen zijn dunne vacht maakt hem minder geschikt voor extra koud waterwerk. Komt voor in effen bruin, bruin-schimmel eventueel met platen.

Vooraleer we het over de hedendaagse Duitse staande hond hebben, gaan we even terug in de tijd en zoeken we naar zijn voorouders. Er blijven er maar heel weinig over en sommige soorten zijn zelfs volledig verdwenen. Oorspronkelijk stamt de Duitse korthaar waarschijnlijk af van de oerhond, zoals alle andere staande honden.

Deze hond werd reeds tijdens de XII eeuw vermeld in Pruisen, tegelijk met de ontwikkeling van de haakbus. De Pruisische kwekers importeerden Spaanse staande honden en kruisten die met Bloodhounds. Zo ontstond de 'kurzhaar' (korthaar). Bepaalde historici beweren dat soldaten van het leger van Napoleon I naar Pruisen oude Franse staande honden meenamen. Die honden zouden de voorouders zijn van de toekomstige Kurzhaar. Maar of dit wel klopt… Het was in elk geval omstreeks 1830 dat de kwekers beslisten om zijn algemene voorkomen en zijn kwaliteiten als staande hond te verbeteren. Men verweet deze hond zijn massieve gestalte en zijn weinig ontwikkelde reukvermogen. De hond werd veranderd dank zij vooral bijdragen van de Pointer. De Duitse staande korthaar, zoals wij die nu kennen, werd in 1872 door de Duitse Kennel Club erkend.

" Welke geschiedschrijver er ook op nageslagen wordt en hoe groot de meningsverschillen over het ontstaan van de Duitse Staande Honden ook zijn, op één punt zijn de vorsers het met elkaar eens, de Staande Honden zijn ontegenzeggelijk ontwikkeld uit de Brakken. Slechts het verloop van het proces, dat op diverse plaatsen en tijdstippen plaatsvond, is oorzaak van het verschil in opvatting over het totstandkomen van de Staande Honden.

 

Een tweede opvallend punt waaraan niemand twijfelt, is de mening dat de oorspronkelijk Duitse Staande Hond niet meer bestaat sinds het midden van de 19e eeuwen vooral het beruchte revolutiejaar 1848 betekent voor vele historieschrijvers het einde van de echte Duitse Staande, voorzover er al sprake was van een betrekkelijk uniform rasbeeld en uniforme werkwijze van de "enig echten".
De oude Duitse Staanden waren zware honden die op een rustige manier onder het geweer werkten. Men meende dat de voorvaderen van deze honden afstamden van de zeer forse Spaanse honden uit Navarra, wier afstammelingen een niet onaanzienlijke portie dogachtig bloed voerden.
De hoofden waren zwaar evenals de benen en de aard was rustig. Men prefereerde een bedachtzaam werkende hond, aanvankelijk gespecialiseerd in de vogeljacht. Fitzinger spreekt dan ook van de Duitse Hoenderhond en duidt hem aan met de Latijnse benaming "Canis sagax, venaticus subcaudatus", wat mogelijk een verwijzing zou kunnen betekenen naar de afstamming, namelijk de Franse Limier en de Franse Hoender- of Vogelhond.
Of reeds in een vroeg stadium de Korthaar gescheiden is van de Langhaar, die ongetwijfeld bloed voert van de Epagneul -een hond die gespecialiseerd was in het tirasseren, het vangen van hoenders met netten en het voorliggen uitermate goed beheerste -blijft een open vraag.
In beperkte mate fokten de meer gesitueerden, de landadel, betrekkelijk zuivere stammen van goede gebruikshonden, waarbij het uiterlijk of exterieur een minder belangrijke rol speelde dan de aanleg voor   jachtcapaciteiten en met name het bezit van een goede neus.

   
 
   

Na 1848, toen de landadel veel rechten moest inleveren waaronder het jachtrecht, zijn het lieden die over het algemeen goed bij kas zaten en die hun kans schoon zagen om het jachtbedrijf uit te gaan oefenen en van de nieuwe hobby, vooral wat de honden en hun werk betrof, geen kaas hadden gegeten.
De weinig zuivere stammen van de Duitse Staande Honden verdwenen als sneeuw voor de zon en men kruiste met allerlei honden, ook met dieren zonder jachtpassie, dat het een lieve lust was.
Toen enkele begenadigden inkruisten met de veel snellere Pointers en Setters die uit Engeland werden geïmporteerd, was het helemaal gedaan met de oude, stabiele, rustig werkende Duitse Staande Honden.
Een der eerste slachtoffers was de Wurtembergse Staande Hond, een zeer zwaar ras dat door zijn kleuraftekening veelovereenkomst vertoonde met de Luzerner Laufhund en derhalve verdacht werd van teveel Brakkenbloed en derhalve letterlijk het veld moest ruimen. Lange tijd hebben enkele Zwitserse liefhebbers van deze driekleurige schimmel, de zogenaamde Forellentiger, getracht het ras op de been te houden, maar hun pogingen hebben helaas niet geholpen. De fraaie lichtschimmel of Forellentiger is definitief uitgestorven.
Voor de Duitse Staande Hond keerde het tij enigszins toen men zich bewust werd van een zekere nationale trots.

De Frans-Duitse oorlog van 1870-1872 en de vereniging van de Noord- en Zuid-Duitse Statenbond onder Bismarck werkten sterk in op chauvinistische gevoelens en men trachtte door het oprichten van een rasvereniging en de opstelling van een standaard, een stabiele jachthond te creëren waarmee hun verre voorouders hadden gejaagd. Wat patriottisme al niet kan veroorzaken!!!
Hektor I diende als model voor de standaard. Evenals op de huidige dag prees de een de hond om zijn krachtige, zware bouwen kraakte een andere expert hem af vanwege te giote gelijkenis met de edele Pointer. Eén hond en twee volkomen tegengestelde opvattingen. Gelukkig stelde Prins zu Solms-Braunfeld zich positief op achter de nieuwe ideeën en deze bij uitstek grote jachthondenkenner en liefhebber heeft prachtige honden van het voorgeschreven type gefokt, mede met behulp van zijn bekwame kennelmanager, de Hollander E.K. Korthals.
Naast het opstellen van raspunten werden proeven in het leven geroepen waaraan de honden onderworpen moesten worden en aldus trachtte men een allround jachthond voor het werk onder het geweer te verkrijgen. Geleidelijk aan werd het pakket van proeven uitgebreid en de eisen werden steeds zwaarder. Door deze proeven werden de contacten tussen de jagers-fokkers goed onderhouden en geleidelijk aan werd grote uniformiteit in uit- en inwendige kwaliteit verkregen.
Het prachtige functionele exterieur van de Korthaar en de onovertroffen veelzijdige aanleg voor het werk, heeft vele liefhebbers over de hele wereld opgeleverd.
De rustige aard en de fysieke weerstand tegen alle weersinvloeden vormen een garantie voor een levenslustige, gehoorzame vriend van de mens.

De belangrijkste raspunten zijn de volgende:

De algehele verschijning toont een adellijke, harmonische hond. De uiterlijke vormen vertonen uithoudingsvermogen, kracht en snelheid.
Een vloeiende belijning van boven- en onderlijn, een droog hoofd, de perfect horizontaal gedragen staart tijdens actie en de strak gespannen, kort behaarde huid verhogen de adellijke verschijning.
Reuen meten 62 tot 66 cm aan de schoft en teven 58 tot 63 cm.
Het droge markante hoofd dat noch te licht noch te zwaar mag zijn, moet goed in harmonie met het edele lichaam zijn. De neusrug is vooral bij de reu iets gebogen. Lippen mooi gerond tot aan de mondhoek zonder over te hangen. Vlakke sterke wangen. Een krachtige voorsnuit ofvang. Lichte stop en een brede, iets gewelfde schedel.
De vlakke, middelmatig lange oren, noch te vlezig noch te dun, moeten hoog en breed aangezet zijn en vallen zonder plooi langs de schedel, aan de onderzijde iets afgerond en tot aan de mondhoek reikend. De middelgrote, donkerbruine ogen met goed sluitende oogleden mogen noch uitpuilen, noch te diep liggen.
De brede neusspiegel met grote open neusgaten moet bruin zijn. Een vleeskleurige of gevlekte neus is niet toegestaan met uitzondering voor de honden met witte grondkleur. Het gebit moet krachtig, volledig en normaal scharend zijn. Een licht bovenvoorbeet van plm 2 mm is toegestaan.
De droge lange, goedgespierde hals moet droog zijn en vloeiend en in de schouders overgaan. De borst is meer diep dan breed en reikt tot de ellebogen en loopt ver naar achteren door. Een te korte borst, de zogenaamde kippenborst, is een ernstige belemmering voor het uithoudingsvermogen van de hond evenals te ronde ribben.
Goed gevormde voorborst.
De rug moet stram zijn met korte, brede, buigzame en iets gewelfde lendenen.
Het kruis moet breed en lang zijn en niet te sterk hellen en de buik moet iets opgetrokken zijn. De voorhand eist schuine, goedliggende en droogbespierde schouders die vlak op de niet overdreven gewelfde ribben liggen.
Het opperarmbeen is praktisch evenlang als het schouderblad en de ellebogen liggen bij een juiste hoeking van schouder en opperarm ver naar achteren, dat wil zeggen bij het diepste punt van het borstbeen. De ellebogen moeten goed aansluiten en noch naar binnen noch naar buiten draaien. Rechte goedgespierde onderarm met krachtige niet grove botten.
De polsen iets gehoekt, waardoor de middenvoet iets schuin naar voren staat.
De achterhand moet in goede harmonie met de voorhand zijn, dat wil zeggen de hoekingen dienen nagenoeg hetzelfde te zijn. Het bekken moet lang en breed zijn. Dijen breed en goed bespierd. Krachtige, rechte achtermiddenvoeten zonder wolfsklauwen. Voeten in de vorm van een lepel met goed gewelfde kootjes en krachtige nagels. Zoolballen stevig en hard.

........
   

De Duitse Staande Korthaar is een droge hond, dat wil zeggen de huid moet strak gespannen zijn zonder plooivorming. Beharing kort en dicht, stevig en hard aanvoelend. Op de oren en het hoofd is het haar dunner en korter. Aan de onderzijde van de staart mag het haar niet langer zijn dan elders op hetlichaam. De hoog aangezette staart is krachtig aan de staartwortel en loopt daarna dunner uit tot aan de punt. Ter voorkoming van stukslaan tijdens de jacht wordt de staart tot op de helft ingekort.
Staartblessures zijn hardnekkig en genezen zeer moeilijk, vandaar de inkorting.
In rust hangt de staart iets naar beneden maar tijdens het zoeken naar wild wordt deze hoger gedragen, echter niet sterk gekromd of over de rug getrokken. Bij het werk toont de staart veel beweging.
Botten moeten krachtig zijn zonder spoor van grofheid of te fijn van structuur.

De Duitse Staande Hond Korthaar kan geheel bruin van kleur zijn, of bruin met kleine gespikkelde of witte aftekeningen op borst en voeten, of donkerbruin schimmel met bruin hoofd en bruine platen of vlekken, of lichtbruinschimmel waarbij het wit overheerst ten opzichte van het bruin of wit met bruin hoofd en bruine platen of vlekken of zwart met dezelfde patronen als de bruinschimmels.
Gele aftekeningen zijn toegestaan. De zwarte variëteit wordt ook wel aangeduid als Pruisisch Korthaar. Bij deze honden moet de neus zwart zijn.
Honden met wolfsklauwen, de vijfde teen aan de achterhand, moeten gediskwalificeerd worden."
(uit Handboek Kynologie)

 

 Meer informatie bij de rasvereniging en informatieve ras-websites.

  Dieren en Rassen   Breeds of dogs
    Vos Chiens
   
   
Breed Clubs
World Wide
   
   
  Club Belge du Braque Allemand   Club Francais du Braque Allemand
   
  German Shorthaired Pointer Club   German Shorthaired Pointer Association
  GSP Rescue Org.S-W UK  
   
  Kortharklubben i Danmark   Norsk Vorstehhundklubb
   
  Weltverband Deutsch Kurzhaar   Svenska Vorstehklubben
  Deutsch Kurtzhaar Verband e.V.   GSP Club Spain
   
  GSP Club of South Australia   GSP Club of Western Australia
  Canterbury & Regions GSP Club   GSP Club Victioria Inc.
   
  GSP Club of Manitoba   German Shorthaired Pointer Club of Canada
  Shorthaired Pointer Club of America   German Shorthaired Pointer Rescue
  North Am.Deutsch Kurzhaar Club   GSP Club of North Florida
   
   Central Florida GSP Club   Eastern German Shorthaired Pointer Club
   
  Regional GSP Clubs USA  
   
 
 

                                                                                                     

Rassen die u in Nederland in het jachtveld kan tegenkomen:

STAANDE HONDEN
Engelse staande honden


Pointer
Ierse Setter
Engelse Setter

Gordon Setter


meer...


      

STAANDE HONDEN
Snelle, ruim jagende continentale honden

Duitse Staande
Korthaar

Duitse Staande
Langhaar

Duitse Staande
Draadhaar

Griffon
Vizsla
Epagneul Breton

meer...

STAANDE HONDEN
Minder snel en minder ruim jagende continentale honden

Spinone Italiano
Drentsche Patrijshond
Friese Stabijhond
Wetterhoun
Grote Münsterlander
Kleine Münsterlander of Heidewachtel
Weimaraner
Epagneul Francais


meer...

     
DRIJVENDE HONDEN

Engelse Springer
Spaniel

Welsh Springer
Spaniel

Engelse Cocker
Spaniel

Duitse Brak of
Steenbrak


meer...

RETRIEVERS

Labrador Retriever
Golden Retriever
Flatcoated Retriever
Curly Coated Retriever
Chesapeake Bay
Retriever

Nova Scotia Duck
Tolling Retriever


meer...

AARDHONDEN

Ruwharige Teckel
Langharige Teckel
Kortharige Teckel of Dashond
Jack Russell Terriër
Duitse Jachterriër


meer...

     
ZWEETHONDEN

Hannoveraanse Zweethond
Beierse Bergzweethond


meer...