ierse setter
 
 
.....
 
     
  FCI  7e groupe, Chiens d'arrêt des Iles Britanniques, section 2  
Ierse Setter

Qua werk gelijk aan de pointer. Dit ras is razend populair geweest bij schoonheidsfokkers en daardoor niet meer op jachteigenschappen gefokt. De oorspronkelijk aanwezige goede jachteigenschappen verdwenen grotendeels, waardoor dit ras een tijdlang niet meer werd gebruikt in ons land. De laatste jaren worden er in ons land weer op jacht geselecteerde Ierse setters gefokt. In de werklijnen ziet men ook veel rood-witte setters.

" Evenals van veel andere rassen is de oorsprong van de Ierse Setter, in het Gaelic "Modder Rhu" (de rode hond), onbekend.

Sommige onderzoekers zien in dit ras verwantschap met de voorzaten van de Epagneul Breton, die door migrerende Kelten in Ierland is terechtgekomen waar, door de geïsoleerde ligging van dit grote eiland, deze populatie weinig of geen invloed van andere rassen heeft ondervonden.
Ver voor de tijd van de eerste tentoonstellingen, die in het midden van de negentiende eeuw werden gehouden, hield men in Ierland stammen aan van zorgvuldig gefokte gebruikshonden, uitermate geschikt voor de uitgestrekte jachtterreinen, schaars met wild bezet.
Snelle galopperende honden, jagend met hoge neus en hoog op de benen staand voldeden het meest aan het eisenpakket. Van selectie op kleur was geen sprake, zowel eenkleurig rode als roodbonte exemplaren kwamen voor.
Geleidelijk aan hebben de eenkleurige honden, vooral vanaf het ontstaan van het tentoonstellingswezen, de overhand gekregen en verdween de roodbonte Setter nagenoeg.
Vooral de reu Palmerston, een bijna geheel donkerrode Setter met een kleine witte stip op zijn schedel, een kleurpatroon dat hij sterk vererfde en dat in de annalen als Palmerstonstip wordt vermeld, heeft een duidelijke kwaliteitsstempel op het ras gedrukt.

Liefhebbers met werkende honden zoals jagers, verwijten de fokkers van tentoonstellingsdieren te grote nadruk te leggen op exterieur, waardoor jachteigenschappen verloren dreigen te gaan.
Ook bij de fraaie Rode lerse Setter woedt deze strijd al jaren.
In ons land worden weinig leren voor de jacht gebruikt, omdat onze jachtterreinen te klein zijn en te veel doorsneden met wegen voor deze ruim veld nemende honden. De laatste jaren neemt de belangstelling voor de bijna uitgestorven roodbonte variëteit weer toe en er wordt in vakkringen beweerd, dat de bonte variëteit, die nu als apart ras wordt beschouwd en wat minder racy gebouwd is dan de rode eenkleurige soortgenoot, over meer uithoudingsvermogen zou beschikken.

De standaard van de Ierse Setter verlangt een racy type, harmonisch van bouw, evenwichtig en vol kwaliteit. De Ier moet zeer fraai en verfijnd van uiterlijk zijn, daarbij bijzonder actief met een nooit aflatende bereidheid tot speuren en jagen.
Een heel aanhankelijke hond.
Het lange, droge hoofd mag niet smal of spits zijn en niet grofbij de oren. Lichtgewelfde, ovale schedel van oor tot oor met een goed ontwikkelde achterhoofdsknobbel. De assen van de achterhoofdsknobbel tot de stop en van stop tot neuspunt moeten parallel verlopen en zijn evenlang. De wenkbrauwbogen geprononceerd en een goed zichtbare stop.
Voorsnuit tamelijk diep, aan het uiteinde vrijwel vierkant. Kaken bijna evenlang, lippen mogen niet overhangen. Wijde neusgaten in een donkerkleurige mahonie, onkerbruine of zwarte neus.
De amandelvormige ogen met vriendelijke, intelligente expressie, moeten niet te groot zijn en donkerbruin of donkerhazelnootkleurig. De goed naar achteren, laagaangezette oren zijn middelmatig groot, fijn van vel en worden in een sierlijke plooi tegen het hoofd gedragen. Krachtige kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit.
De hals moet middelmatig lang zijn, krachtig gespierd maar niet te dik, lichtgebogen en droog en gaat vloeiend in de schuine schouders over, die fijn aan de punt moeten zijn. De voorbenen moeten recht en lenig zijn met krachtig bot.
De ellebogen mogen noch naar binnen, noch naar buitendraaien.
De diepe borst is aan de voorzijde vrij smal, de ribben moeten goedgewelfd zijn en de borst moet ver naar achteren doorlopen.
De stevige rechte rug daalt iets van schoft tot kruis, met lichtgewelfde lendenen.
De achterhand moet breed zijn en kracht uitstralen. Boven- en onderschenkel moeten lang zijn en de hakken laaggeplaatst.
De achtermiddenvoetsbeenderen zijn kort en krachtig. Goede diepe hoeking van de achterhand en de hakken mogen noch naar binnen noch naar buiten draaien. Kleine, zeer stevige voeten met sterke goed gebogen en gesloten tenen. Een krachtige stuwing van de achterhand en een soepele opvang van de voorhand garandeert een vloeiende beweging.
De middelmatig lange staart moet in juiste verhouding tot het lichaam zijn, iets onder de ruglijn aangezet en het liefst in een lijn met de rug gedragen, of lager. De staart is dik aan de wortel en loopt uit in een fijne punt.
De vacht op het hoofd, de voorkant van de benen en de toppen van de oren moet kort en fijn zijn.
Op de overige lichaamsdelen en benen tamelijk lang zonder krul of golf.
De bevedering op het bovenste deel van de oren lang en zijdeachtig, op de achterkant van voor- en achterbenen lang en fijn.
Aan borst en buik een fraaie franje van lang haar, die tot de keel doorloopt.
Tussen de tenen goede beharing. De vlag aan de onderzijde van de staart moet lang zijn en in lengte naar de punt afnemen.
Alle bevedering moet zo recht en vlak mogelijk zijn.
Ierse Setters zijn rijk kastanjebruin zonder een spoor van zwart. Wit op de borst, keel of tenen, of een kleine ster op het voorhoofd of een smalle streep of bles op de neus of voorsnuit leiden niet tot een diskwalificatie."
(uit Handboek Kynologie)

   
 
   

" Deze kleurvariëteit is door de geheelgekleurde of eenkleurige Rode Ierse Setter vooral op de tentoonstellingen verdrongen. Enthousiaste jagers in Ierland, die generatieslang met de bonte leren joegen, prezen hem om zijn uithoudingsvermogen en toen bij de Rode Setter zich problemen vooral met de ogen manifesteerden, die in de bonte kleurslag niet voorkwamen, ging de aandacht weer naar de rood-witte variëteit.

Zowel in Engeland als in ons land zien we de Ierse Rood-Witte Setter weer op de benches, zij het in geringe aantallen. Hij onderscheidt zich van zijn rivaal door een mindere racybouw, eerder wat atletischeren robuuster.
Perfecte jachteigenschappen, gehoorzaam en intelligent. Het is een opgewekte en aanhankelijke hond.
Het hoofd is breed in verhouding tot het lichaam en heeft een goede stop. De schedel is gewelfd en de achterhoofdsknobbel is in tegenstelling tot die van de Rode Ier niet zichtbaar; de voorsnuit of vang vierkant, dat wil zeggen diepte gelijk aan hoogte.

De donkerbruine of hazelnootkleurige ogen moeten rond zijn, mogen iets bol zijn en zonder zichtbaar knipvlies, het derde ooglid dat zich aan de onderbinnenzijde van het oog bevindt. De oren moeten op ooghoogte ingeplant en ver naar achteren aangezet zijn en langs het hoofd gedragen worden.
Een perfect regelmatig schaargebit met sterke tanden en kiezen, recht geplaatst in krachtige kaken. De middelmatig lange hals, die sterk gespierd maar niet zwaar moet zijn, is droog, dus zonder losse keelhuid en licht gebogen.
De voorhand wordt gevormd door goed naar achteren geplaatste schuinliggende schouders en sterke, goedgespierde rechte benen. De ellebogen mogen noch naar binnen noch naar buiten draaien.
Het bot van de voorbenen is ovaal van vorm, moet vooral krachtig zijn, met andere woorden glashard beenwerk met sterke pezen. De voorhand is zodanig gehoekt dat de krachtige stuwing door de achterhand moeiteloos kan worden opgevangen en de hond in staat stelt grote, lange en vrije stappen te nemen.
De achterhand moet breed en krachtig zijn met een lange boven- en onderschenkel en sterke, korte sprongen, die laaggeplaatst moeten zijn met rechte middenvoeten.
De sprongen moeten optimaal functioneren dus noch naar binnen, noch naar buiten draaien.
De tenen moeten goed gesloten zijn met beharing tussen de tenen.
De staart is sterk bij de aanzet en loopt geleidelijk dunner uit naar de punt zonder enige buiging. Ten hoogste tot de sprongen reikend. Goede beharing, aan de onderzijde een vlag van lang haar vormend. De staart wordt in de lijn van de rug gedragen of iets lager en zwaait voortdurend heen en weer.
De beharing van de Ierse Rood-Witte Setter is van een fijne structuur met een goede bevedering, dat wil zeggen lange haren aan oren, achterzijde voor- en achterbenen en staart.
Het haar moet recht maar mag lichtgegolfd zijn; echter nooit gekruld.
De basiskleur is wit met grote rode plekken. Gespikkeld of gevlekt maar niet doorlopend bontgekleurd; rondom snuit én voeten en op de voorbenen tot de ellebogen; op de achterbenen tot de spronggewrichten bontpatroon toegestaan.
Reuen moeten twee normaalontwikkelde testikels bezitten, die volledig in het scrotum ingedaald moeten zijn."
(uit Handboek Kynologie)

 

 Meer informatie bij de rasvereniging of informatieve ras-websites.
   
  Dieren en Rassen   Dieren en Rassen (R&W setter)
  Vos Chiens  
  Irish Red & White Setter Pedigree Databank  
  Irish Red Setter Peddigree Databank  
   
   
   
   
Breed Clubs
World Wide
 
   
  Irish Red and White Setter Club of Great Britain   Swedish Setter Club
   
  Norsk Irsksetter Klubb   Setter & Pointer Club of Finland
  Società Italiana SetterS..   Club Français du Setter Irlandais
   
  Setter Club Espana   Ierse Setter Club Belgie
   
  Ierse Setter Club Nederland   Ierse Setter Startpagina
   
  Ierse Setter Club Deutschland e.v.   Ierse Setter Startkabel.nl
   
     Setter und Pointer Club Schweiz   Osterreichischer Setter Club
   
  Cesky Pointer a Setter Klub   Setter Club Polsce
   
  Setter Club Russia   Irish Red Setter Club in Russia
   

  Southern Tokyo Irish Setter Club

 
   
  Irish Setter Club Australia   Irish Setter Club Canada
   
  Irish Setter Club of America Inc.   K9Web
   

 

                                                                                                   

Rassen die u in Nederland in het jachtveld kan tegenkomen:

STAANDE HONDEN
Engelse staande honden


Pointer
Ierse Setter
Engelse Setter

Gordon Setter


meer...


      

STAANDE HONDEN
Snelle, ruim jagende continentale honden

Duitse Staande
Korthaar

Duitse Staande
Langhaar

Duitse Staande
Draadhaar

Griffon
Vizsla
Epagneul Breton

meer...

STAANDE HONDEN
Minder snel en minder ruim jagende continentale honden

Spinone Italiano
Drentsche Patrijshond
Friese Stabijhond
Wetterhoun
Grote Münsterlander
Kleine Münsterlander of Heidewachtel
Weimaraner
Epagneul Francais


meer...

     
DRIJVENDE HONDEN

Engelse Springer
Spaniel

Welsh Springer
Spaniel

Engelse Cocker
Spaniel

Duitse Brak of
Steenbrak


meer...

RETRIEVERS

Labrador Retriever
Golden Retriever
Flatcoated Retriever
Curly Coated Retriever
Chesapeake Bay
Retriever

Nova Scotia Duck
Tolling Retriever


meer...

AARDHONDEN

Ruwharige Teckel
Langharige Teckel
Kortharige Teckel of Dashond
Jack Russell Terriër
Duitse Jachterriër


meer...

     
ZWEETHONDEN

Hannoveraanse Zweethond
Beierse Bergzweethond


meer...