gordon setter
 
 
 
     
  FCI  7e groupe, Chiens d'arrêt des Iles Britanniques, section 2  
  Gordon Setter

Het ruige Schotse landschap met het vaak grillige klimaat vormt de achtergrond van het ontstaan van de Gordon Setter. De Gordon Setter is onder de Schotse hondenrassen de enige jachthond. Aangenomen wordt dat de vierde hertog van Gordon , die in 1827 overleed, de grondlegger van het ras is geweest. De Gordon Castle Setters waren beroemd om hun werkcapaciteiten en opvallende verschijning: black en tan of black en tan met witte aftekening.
De Gordon Setter werd in 1861 als afzonderlijk ras erkend. De Nederlandse rasvereniging (N.G.S.C.) werd in 1931 opgericht.
Het ras kwam in Nederland in 1874 via invoer uit België. De Gordon Setter fokkerij beleefde in de periode 1901-1914 een bloeiperiode, o.a door invoer van honden uit Scandinavië. Na 1930 werden, ter verdere verbetering van het ras enkele Gordon Setters uit Engeland geïmporteerd. Vooral in de jaren 1970-1990 is in Nederland 'Gordon bloed' ingevoerd vanuit Engeland, Frankrijk, Duitsland en Amerika.
In Nederland wordt op bescheiden schaal met Gordon Setters gefokt.

 
De Gordon Setter behoort met zijn verwanten, de Ierse en Engelse Setter en de Pointer, tot de Engelse Staande Honden. Zij hebben in het jachtterrein tot taak om het (veer)wild op te sporen en aan te wijzen. Iedereen kent wel het beeld van de voorstaande hond, die tot het uiterste gespannen, door zijn houding laat zien waar het wild zich bevindt. In Nederland is de ruimte die voor het oorspronkelijke werk van deze honden nodig is, vrijwel niet aanwezig. ...

Om aan de natuurlijke aanleg van de Gordon Setter tegemoet te komen, kan men deelnemen aan veldwedstrijden.

De Gordon Setter is een zeer energieke hond; energie die vooral in de jeugdperiode in goede banen moet worden geleid. Hoewel vriendelijk tegen vreemden is een zekere gereserveerdheid hem niet vreemd. Jonge Gordons kunnen zelfs verlegen zijn. Laat al op jonge leeftijd de Gordon Setter op een positieve manier ervaring opdoen met allerlei mensen, situaties, dieren en dingen. Over het algemeen gaat de Gordon Setter goed om met soortgenoten en met kinderen. Hij heeft en sterke eigen wil en gedraagt zich nogal zelfstandig. Geduld en een consequente aanpak zijn bij de opvoeding belangrijk. Met een 'harde hand' bereikt men bij een Gordon Setter weinig. Uiteraard heeft hij volop beweging nodig, maar men moet dit vooral in de groeiperiode niet overdrijven.

" De naam van dit grote, zwart-rode of "black and tan" ras uit de Schotse Hooglanden dankt het aan het kasteel Gordon, dat iets ten noorden van Fochabers ligt, niet ver verwijderd van de rivier de Spey en enige kilometers van de kust.
De hertogen van Gordon, verwoede jagers op grouse, het Schotse korhoen, gebruikten min of meer zwartgekleurde Setters, van een steviger en groter formaat dan de Engelse en Ierse Setters. Vooral Duke Alexander bezat een befaamde strain van deze Setters, die niet bepaald uitblonken in het zoeken en apporteren van het aangeschoten wild. Zo wil het verhaal dat een schaapherder over een "black and tan working sheepdog" beschikte, die een voortreffelijke neus had voor het opsporen van het geschoten wild en het keurig bij zijn baas bracht. Uiteraard was ook Duke Alexander of Gordon op de hoogte van de prestaties van deze hond en boze topgen beweren, dat hij een zwart-rode Setter met deze hond paarde teneinde de geweldige neuseigenschappen en het intellect van deze "working collie" in zijn jachthonden vast te leggen.

Men neemt aan dat ook de Bloedhond en de Ierse Setter hun steentje hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de grote, stabiele Gordon Setter, die door zijn enorme uithoudingsvermogen, zijn niet aflatende werklust en zijn intelligente werkwijze de harten van menig jager stal.
Zijn krachtige, prachtig afgelijnde bouw, zijn schitterende hoofd en zijn fraaie beharing en gedistingeerde kleur, zijn een lust voor het oog. Zijn innemende karakter bestempelt hem tot een groot vriend van de mens.

In het begin van de twintigste eeuw was het ras tamelijk populair, maar daarna zien we steeds minder liefhebbers, die Gordon Setters fokken. Heden ten dage verschijnt het ras in zeer beperkte aantallen op shows en op veldwedstrijden.

De belangrijkste raspunten wijzen op een stijlvolle hond, gebouwd als een galoppeur, gelijkend op een fors jachtpaard, en zeer symmetrisch, waardigheid en intelligentie uitstralend met een zelfbewust, extrovert, vriendelijk karakter.
De lichtgewelfde schedel gaat met een duidelijke stop over in de vierkante voorsnuit, die iets korter is dan de lengte van de schedel van achterhoofdsknobbel tot stop. Droge vlakke wangen. De lippen mogen niet te veeloverhangen maar wel de onderkaak goed bedekken. De snuit is minder diep dan lang. Grote brede,  zwarte neus met goed geopende neusgaten.
De donkerbruine, heldere ogen mogen niet diep liggen, noch bol zijn, met een levendige, intelligente expressie.
De laag aangezette en vlak tegen het hoofd gedragen oren zijn van middelmatige lengte en dun van structuur. De sterke kaken bezitten een perfect regelmatig en compleet schaargebit. De lange, droge hals is iets gebogen. De lange, goed schuin geplaatste schouderbladen moeten breed en ovaal zijn en de toppen er van moeten dicht bij elkaar liggen. Laaggeplaatste, vlak aanliggende ellebogen.
Rechte, sterke voorbenen met ovaal bot en sterke polsen. Het lichaam is middelmatig lang met een diepe, goed gewelfde borst die ver naar achteren doorloopt.
De lendenen moeten breed zijn en licht gewelfd. De voorborst mag niet te breed zijn.
De achterhand toont van heup tot sprong lang, moet breed en goed gespierd zijn.
Goede kniehoeking, de achtermiddenvoeten moeten loodrecht op de bodem staan.
Het bekken ligt iets schuin. Ovale, goed gesloten voeten met krachtig gewelfde tenen, waartussen veel haar zit.
Stevige voetzolen met dikke achterste voetzoolkussens.
De rechte staart wordt enigszins sabelvormig gedragen en reikt tot aan de hakken.
De staartdracht is horizontaal of iets onder de ruglijn. Aan de wortel is de staart dik en loopt uit in een fijne punt; de bevedering, die begint bij de staartwortel, moet recht zijn en lang en verkort naar de punt. Met veel stuwkracht, ontwikkeld door de goed gehechte, goedbespierde achterhand wordt een regelmatig, vrij en zuiver gangwerk verkregen.
Het haar is kort en fijn op het hoofd, de voorzijde van de benen en de oorpunten; matig lang en vlak op de rest van het lichaam. Op de oren is de bevedering lang en zijdeachtig; aan de achterzijde van de benen lang,recht en fijn.
Het haar moet overal vlak aanliggen en recht zijn.
De Gordon is "black and tan", dat wil zeggen hoofd, lichaam en benen zijn gitzwart met uitzondering van de roodgele aftekeningen op de snuit, de wangen, kleine vlekjes boven de ogen, de binnenzijde van de oren, aan de keel en twee grote vlekken op de voorborst.
Ook de binnenzijde van de achterbenen en de dijen, vanaf de knie overgaand naar de voorzijde en zich uitbreidend naar de buitenzijde van de achterbenen, vanaf de sprong tot op de tenen moet tankleurig zijn. De achterzijde van de voorbenen tot aan de ellebogen en de voorzijde tot iets boven de polsen moet een tanpatroon vertonen.
Ook rondom de anus een tanvlek. Zwarte haren op de tenen en een zwarte streep onder de kaak is toegestaan, evenals een klein wit borstvlekje.
Reuen meten aan de schoft ongeveer 66 cm en teven 62 cm."
(uit Handboek Kynologie)

Although it is often credited that the Gordon Setter was the result of the Duke of Gordon crossing his black and tan Scottish collies with his Setters, to quote from the definitive work on the breed - The Gordon Setter - History and Character by G.St. G M Gompertz - published by the author in 1976:

"There are reliable records to show that the Black and Tan Setter was in existence as a separate breed long before it was taken up by the Duke of Gordon."

In the first half of the 18th Century records show that there were several noted kennels of Black and Tan Setters in the Midland Counties well before the Duke took up the breed in the early part of the 19th century -obtaining his original stock from Thomas William Coke, later to become the Earl of Leicester, and that some of this stock was maintained as pure-bred stock, without the introduction of outside crosses for many years. It seems to be clear that this was the reason that the Kennel Club, founded in 1873, classified the breed at this time as "The Black and Tan Setter".

Some 50 years were to elapse before in the Kennel Club Gazette of February 1924, it was announced:

In the list of breeds... dated 1st January 1924... [without any reason being given] ...the Setter (Black and Tan)... is now officially designated... "The Gordon Setter".

...possibly in recognition that by this time most Gordons, but not all, could be traced back to the Gordon Castle strain, whilst it would be wrong to accredit solely the production of the breed to the Dukes of Gordon there is very little doubt that they played a very important part in the breed's development.

 

The effect that Robert Chapman from the late 1870s to the end of the century, and Isaac Sharpe from that point to just before 2nd World War, exercised cannot be ignored. They possibly exerted a greater influence in the refinement and uniformity of the breed and produced a type better suited to changing needs. Within this brief précis it is impossible to examine and come to a definitive conclusion on importance of the individual contributions made to the development of the breed.

 

 Meer informatie bij de rasvereniging of rasspecifieke-websites (slowenska)
   
  Dieren en Rassen   Vos Chiens
  Gorden Setter Database  
   
   
Breed Clubs
World Wide
 
   
   
  Hoflin HomePage   Gorden Setter club of America
   
  Gorden Setter Association   British Gorden Setter Club
   
  Gordon Setter Club Deutschland   Dansk Gorden Setter Klub
   
     Setter & Pointer Club Schweiz   Österreichischer Setter Club
   
  Svenska Gordonsetterklubben   North Swedish Gundog Club
   
  Norsk Gordonsetterklub  
   
  Slovensky Klub Pointrov a Sertrov   Cesky Pointer a Setter Klub
   
  Poolse Setter Klub   Links
   
   
   

 
 

                                                                                      

Rassen die u in Nederland in het jachtveld kan tegenkomen:

STAANDE HONDEN
Engelse staande honden


Pointer
Ierse Setter
Engelse Setter

Gordon Setter


meer...


      

STAANDE HONDEN
Snelle, ruim jagende continentale honden

Duitse Staande
Korthaar

Duitse Staande
Langhaar

Duitse Staande
Draadhaar

Griffon
Vizsla
Epagneul Breton

meer...

STAANDE HONDEN
Minder snel en minder ruim jagende continentale honden

Spinone Italiano
Drentsche Patrijshond
Friese Stabijhond
Wetterhoun
Grote Münsterlander
Kleine Münsterlander of Heidewachtel
Weimaraner
Epagneul Francais


meer...

     
DRIJVENDE HONDEN

Engelse Springer
Spaniel

Welsh Springer
Spaniel

Engelse Cocker
Spaniel

Duitse Brak of
Steenbrak


meer...

RETRIEVERS

Labrador Retriever
Golden Retriever
Flatcoated Retriever
Curly Coated Retriever
Chesapeake Bay
Retriever

Nova Scotia Duck
Tolling Retriever


meer...

AARDHONDEN

Ruwharige Teckel
Langharige Teckel
Kortharige Teckel of Dashond
Jack Russell Terriër
Duitse Jachterriër


meer...

     
ZWEETHONDEN

Hannoveraanse Zweethond
Beierse Bergzweethond


meer...