epagneul français - french spaniel
 
 

 
 
     
  FCI  7e groupe, Chiens d'arrêt continentaux, type épagneul, section 1  
  Epagneul Français

De Epagneul Français is een van de oudste staande hondenrassen. Volgens de Fransen ligt de oorsprong bij de beroemde staande hond van Oysel of Espainholz. Daaruit vormde zich het woord Epagneul. Veel schilderijen, wandkleden en prenten tonen de hond zoals hij jaagt. De langharige witte hond met kaneelkleurige platen en vlekjes die het wild, patrijzen, liggend aanwijst. Het woord "esplanir", dat "gaan liggen" betekent zou de naam Epagneul verklaren. De honden werden gebruikt voor de jacht met het net, waarbij hond en vogels onder het net werden gevangen. Later, toen het geweer gebruikt werd strekte de hond zich en werd hij een voorstaande hond. De Epagneul Français staat goed voor en apporteert uitstekend. Zwaar en moeilijk terrein heeft zijn voorkeur. De hond is zacht van aard en echt waken is er niet bij. In huis is het een kalme en vriendelijke hond. Zeer gehecht aan baas en gezinsleden mag u hem zien als grote kindervriend. Hij stelt weinig eisen aan verzorging en huisvesting. Vechtlust en dominantie zijn hem vreemd. Uitlaten is ontspanning als de hond tenminste goed is opgevoed. Een Français wil graag leren en een sterke baas is hem het liefst.
 
De oud-franse jachthondenrassen, waartoe zeker de Epagneul Francais behoort, hebben vooral in de 19de eeuw erg te lijden gehad door de import van de veel snellere Engelse jachthond.
Waar het hier gebruikshonden betrof had men weinig moeite het vreemde bloed te gebruiken.
Efficiency door specialisatie was de trend in het jachthondengebeuren in de periode na de Franse Revolutie, waarbij de derde stand brak met alle tradities uit het verleden.
Het tijdperk van de grande equipages was voorbij en de burgerjager beheerste de gedecimeerde jachtterreinen, waarin al het wild zo snel mogelijk voor de geweren moest worden gebracht.

.....

     
Van wildbeheersing was in tegenstelling tot het verleden geen sprake; de adel bejoeg uitsluitend dat wild, dat door de jagermeester met alomvattende kennis van zaken en met grote nauwkeurigheid werd uitgezocht, alvorens het sein voor de jacht werd gegeven.
De afkomst van de Epagneuls, de vogelhonden, meestal ingezet voor de jacht op veerwild, is onduidelijk. Sommige onderzoekers menen dat hij afkomstig is uit Spanje, vandaar de naam Espagnol of Epagneul volgens Gaston Phoebes in zijn Livre de Chasse uit 1387.
Anderen daarentegen zoeken de oorsprong in Centraal Europa en vermoeden dezelfde afkomst als de Duitse Staande Langhaar, met name de Kalksteiner stam en de Duitse Wachtelhund.
Onbetwist is er grote verwantschap tussen alle langharige vogelhonden op het westelijk deel van Europa, niet alleen in exterieur, maar vooral in de wijze van jagen.
Door lokale afzondering zijn afwijkingen in het type ontstaan, meestal in maat, kleur en vorm van het hoofd en deze typen zijn later bestempeld als rassen.
De verschillen tussen deze rassen zijn vaak zo gering dat alleen de stamboom aantoont tot welk ras het betrokken dier behoort. Na het teloorgaan van een ras, hetzij dat het verdrongen wordt door een ander type, dat beter werkt of fraaier van uiterlijk is, of door inkruising met dieren van een andere populatie, om betere werkcapaciteiten te verkrijgen, keert steeds weer de hang naar herstel van het oude type terug.
Zo ook met de Epagneul Francais, die tegen het einde van de 19de eeuw praktisch verdwenen was op enkele zuiver gefokte stammen na respectievelijk in de omgeving van Neubourg en die van de familie Lamy in Bellevue.
Abbé Fournier uit Saint Hilaire kan beschouwd worden als de redder van het ras.
Hij zocht her en der in Frankrijk naar relicten van het ras en met deze dieren bouwde hij een stam op, die de basis vormde van de herboren Epagneul Français zoals we die nu kennen.
Andere fokkers lieten zich niet onbetuigd en zetten het werk van de jagende pastoor voort, zij het dat men het lichtere slag prefereerde boven de zware honden en aan de kleur veel aandacht schonken. Men beperkte deze tot wit met bruine vlekken, waarbij de dieren met de vermaledijde tankleurige vlekjes boven de ogen, het quatroeille, van de fok werden uitgesloten, omdat men dit kenmerk beschouwde als gevolg van een kruising met Lopende Honden.
Vooral de fokker De Coninck komt de eer toe de eerste standaard te hebben opgesteld omstreeks 1890, waardoor een meer eenvormig type in exterieur werd verkregen.
Oorlogen en tijden van crisis zijn ongunstig voor de kynologie en dit heeft de Epagneul Français aan den lijve ondervonden. Steeds na een korte opbloei leek het ras van het toneel te verdwijnen,  meestal door maatschappelijke oorzaken. Gelukkig is na de Tweede Wereldoorlog een reveil voor de oorspronkelijke rassen ingezet en evenals in het verleden is men op dezelfde wijze aan het werk gegaan om dit jachtras nieuw leven in te blazen.
 

Ook in ons land is een actieve rasvereniging van de Epagneul Francais, die de belangen van het ras op krachtdadige wijze behartigt. De belangrijkste verschijning is die van een goede en fraai belijnde bouw, goed gespierd en actief in zijn bewegingen met groot uithoudingsvermogen en veel jachtpassie.
Het beendergestel moet krachtig maar niet grof zijn.
Hij heeft een rustige zachte aard en is moedig en sociaal.
Reuen meten van 55-61 cm en teven van 54-59 cm. Werkende honden mogen 2 cm hoger zijn.
De lichaamslengte bedraagt 2-3 cm meer dan de schofthoogte.
Het hoofd is tamelijk lang en krachtig maar niet grof, met licht gewelfde schedel, lichte stop en tamelijk lange, vrij brede voorsnuit.
Lichte aanduiding van de achterhoofdsknobbel. De lippen zijn matig dik en licht gebogen.
De lange oren omlijsten het hoofd en zijn laag aangezet, goed bedekt met golvende zijdeachtige beharing. Oorpunten dienen rond te zijn.
De middelmatig grote, goed gesloten, donkere amberkleurige ogen stralen een vriendelijke en schrandere expressie uit. De neusspiegel moet bruin zijn. De ronde, niet zware hals moet in verhouding zijn tot de lengte van hoofd en lichaam. De lange, goed schuin liggende schouders moeten goed bespierd zijn met duidelijke hoeking van schouderblad en opperarm.
De lange, diepe, tamelijk brede borst met mooi gebogen ribben moet tot aan de ellebogen reiken. De voeten moeten ovaal van vorm, krachtig en compact zijn met harde voetzolen, en krachtig gewelfde tenen met haar tussen de tenen.
De achterhand met licht gebogen sprongen bezit krachtige gespierde brede dijen en rechte middenvoeten
zonder Hubertusklauwen. Rug middelmatig lang en de lendenen moeten matig gebogen zijn, kort, met zware spieren. Iets schuin liggend kruis. Staart tamelijk laag aangezet, horizontaal schuin gedragen in een lichte S-bocht, bedekt met lang zijdeachtig haar.
De staartbeharing begint aan de wortel met een lengte van 2,5 cm, wordt tot aan het midden langer en wordt geleidelijk korter naar de punt. De beharing moet lang en soepel zijn, vlak of licht golvend en dik. Op het hoofd is het haar kort. Krulhaar is toegestaan uitsluitend op de oren, aan de hals, op de voeten en aan de staartwortel. De kleur is overwegend wit met bruine platen, met of zonder stippen. Te veel stippen, waardoor een soort schimmelpatroon ontstaat is niet gewenst. Het schimmelpatroon zoals dat voorkomt bij de Engelse Setter en de Epagneul Picard is niet toegestaan. Tanvlekjes boven de ogen en op de wangen zijn diskwalificerende fouten.
Reuen moeten duidelijk ontwikkelde, normaal gevormde testikels bezitten, die volledig in het scrotum ingedaald behoren te zijn."

(uit Handboek Kynologie)

     
.. Meer informatie Rasvereniging en ras-specifieke websites.
 
 
   
  Dieren en Rassen   Vos Chiens
  KNJV-profiel   Breeds of Dogs
  Zoo-Logics   Epagneul Français
  Dog Breed Info  
   
Breed Clubs
World Wide
   
  Club de l'Epagneul Français  Nederlandse Club de Epagneul Français
   
    Epagneul français (kennel info)   Verein für französische Vorstehhunde e.V.
   
  Club de l'Epagneul Français  
   

      

Rassen die u in Nederland in het jachtveld kan tegenkomen:

STAANDE HONDEN
Engelse staande honden


Pointer
Ierse Setter
Engelse Setter

Gordon Setter


meer...


      

STAANDE HONDEN
Snelle, ruim jagende continentale honden

Duitse Staande
Korthaar

Duitse Staande
Langhaar

Duitse Staande
Draadhaar

Griffon
Vizsla
Epagneul Breton

meer...

STAANDE HONDEN
Minder snel en minder ruim jagende continentale honden

Spinone Italiano
Drentsche Patrijshond
Friese Stabijhond
Wetterhoun
Grote Münsterlander
Kleine Münsterlander of Heidewachtel
Weimaraner
Epagneul Francais


meer...

     
DRIJVENDE HONDEN

Engelse Springer
Spaniel

Welsh Springer
Spaniel

Engelse Cocker
Spaniel

Duitse Brak of
Steenbrak


meer...

RETRIEVERS

Labrador Retriever
Golden Retriever
Flatcoated Retriever
Curly Coated Retriever
Chesapeake Bay
Retriever

Nova Scotia Duck
Tolling Retriever


meer...

AARDHONDEN

Ruwharige Teckel
Langharige Teckel
Kortharige Teckel of Dashond
Jack Russell Terriër
Duitse Jachterriër


meer...

     
ZWEETHONDEN

Hannoveraanse Zweethond
Beierse Bergzweethond


meer...