epagneul breton
 
 

.....

 
     
  FCI  7e groupe, Chiens d'arrêt continentaux, type épagneul, section 1  
  Epagneul Breton

Dit kleine Franse hondje jaagt met grote allure, snel en ruim. Is in de eerste plaats een staande hond en vaak in mindere mate een apporteur. Heeft een eigenzinnig karakter en is daardoor niet eenvoudig af te richten. Komt voor in de kleuren rood-bont, zwart-bont en bruin-bont. Wordt in ons land niet bijzonder veel voor de jacht gebruikt.

" Meer dan bij welk ras van jachthonden ook, is hier de vraag gerechtvaardigd of we te doen hebben met een drijfhond, die het wild opstoot uit bosschages of dichtbegroeide akkers en dus niet voorstaat, of met een voorstaande hond, die verwaaiing opneemt en vervolgens voorstaat.
De Epagneul Breton, waarschijnlijk het meest verspreide jachtras ter wereld, is een onvermoeibare snelle werker in het jachtveld en werkt eensdeels als een staande, anderdeels als een drijvende hond.
Veelzijdige aanleg werd op het continent van Europa als het hoogste ideaal beschouwd voor een perfecte jachthond, gepaard aan passie en uithoudingsvermogen. Met zijn korte, krachtige lichaam snelt hij als een speer door de uitgestrekte bietenvelden van Noord-Frankrijk, waarin hij bijna lijkt te verdwijnen en schiet zo nu en dan met korte galopsprongen omhoog om de verwaaiing van haas, fazant of patrijs op te nemen. Kenners van de Epagneul Breton beweren dat voor de jacht begint aan het gedrag van de honden is te zien of het een succesvolle of een snertdag wordt. Zijn de honden koppig en dwars, dan kan men het genot van een fijne jachtdag vergeten; is de Breton 's morgens opgewekt en druipt de werklust er van af, dan is succes gegarandeerd.

Evenals van vele andere rassen is de directe afkomst van de Epagneul Breton moeilijk te traceren, omdat ook dit ras de invloed heeft ondergaan van Engelse honden, met name Setters, waarmee door Britse jagers vooral in Bretagne werd gejaagd. Door strenge quarantainewetten was het kostbaar de honden na een jachtseizoen weer in Engeland in te voeren en de meeste honden bleven bij bevriende jachtrelaties achter in Frankrijk.
In tegenstelling tot de zorgvuldige registratie door de jagermeesters van de Lopende Honden, werden bij de Staande Honden nauwelijks of geheel geen aantekeningen gemaakt, waardoor het uitermate moeilijk te achterhalen is, hoe bepaalde rassen tot stand zijn gekomen. Het staat vrijwel zeker vast, dat verschillende lokale Epagneulachtige honden gekruist zijn met goed en snel jagende Engelse Setters van het type Laverick. Ook weet men zeker, dat in de kennel van de Vicomte de Pontavice zowel Epagneuls Bretons als Engelse Setters werden gehouden en uit een paring van beide rassen zouden dieren zijn geboren, geel-wit van kleur met een stompstaart.
De aanleg voor stompstaarten en korte staarten komt in veel rassen voor en de Franse Club van de Epagneul Breton heeft de stompstaart als typische raseigenschap aangenomen. Alleen honden met zo'n aanleg werden beschouwd als raszuivere dieren. Een identieke opvatting zien we ook bij Franse Herdershondenrassen en de Pyrenese Berghond, waarbij de aanwezigheid van de dubbele Hubertusklauw garant staat voor raszuiverheid. Of dergelijke opvattingen in de toekomst houdbaar blijken blijft een open vraag.

Het is de verdienste van de fokker Enaud, die met enkele getrouwen een rasvereniging oprichtte met het doel de Epagneul Breton niet alleen geschikt te maken voor het werk in dichtbegroeid terrein, maar ook op de open vlakten. In 1907 stelden de heren een standaard voor het ras op, waardoor er meer eenvormigheid in type werd verkregen. Hoewel het geoorloofd was de dieren, geboren met normale staarten, te couperen, stuurden de keurmeesters deze honden toch ongelauwerd de ring uit. In 1933 heeft men hieraan een einde gemaakt en werden dieren met gecoupeerde staarten gelijkgesteld met honden, die een aangeboren kortstaart hadden.

Bij de herziening van de standaard in 1956 werden op aandrang van de voorzitter van de Société Centrale Canine, Gaston Pouchain, een fervent Bretonliefhebber, de oorspronkelijke kleuren weer opgenomen. Tot dat tijdstip werden de oranje-witgetekenden geprefereerd zelfs boven de bruin-witten. De zwartbonten en de driekleurigen, die nog steeds in bepaalde worpen voorkwamen, werden weer erkend. Bovendien bepaalde de nieuwe standaard een minimumhoogte van 46 cm en een maximum hoogte van 51 cm. Opvallend goede reuen mochten hoogstens 52 cm zijn.

Het algemeen beeld moet zijn dat van een gedrongen, stevige en sierlijke kleine hond, stoer met energieke gangen, het uiterlijk van een volbloed tuigpaard en met een schrandere expressie. De schedel is middelmatig lang en iets afgerond en gaat met de duidelijk aangegeven stop geleidelijk over in de voorsnuit, die korter is dan de schedelbreedte, met een rechte of lichtgewelfde neusrug, in een verhouding van 3 : 2 met de schedel. De kleur van de neus in overeenstemming met de kleur van de vacht. Goed open neusgaten. Een donkere neusspiegel en idem lippenranden zijn toegestaan bij alle kleuren. De dunne, voldoende opgetrokken lippen mogen niet te vlezig zijn. De bovenlip hangt iets over de onderlip.
De donker amberkleurige ogen dienen in overeenstemming te zijn met de vachtkleur met een levendige expressie.De hoog aangezette oren zijn eerder kort dan lang met afgeronde punten en weinig franje. Een goed met golvend haar bedekt oor is toegestaan.
De middelmatig lange en droge hals moet goed schuin uit de schouders oprijzen, die goed schuin naar achteren moeten liggen en krachtig bespierd moeten zijn. De diepe borst met voldoende gewelfde ribben moet breed zijn en tot de ellebogen reiken. De rug moet kort en recht zijn met een duidelijk aangegeven schoft. De lendenen behoren kort, breed en krachtig te zijn.

De Epagneul Breton heeft een iets naar achteren dalende ruglijn van schoft tot kruis, dat licht helt. De flanken dienen goed opgetrokken te zijn. Een rechte of iets omlaag gedragen staart indien de hond niet staartloos is geboren. De staart wordt tot op 10 cm ingekort en eindigt in een pluim. De kaarsrechte voorhand heeft iets schuin liggende middenvoeten. Aan de achterzijde lichte, gegolfde bevedering.
De achterhand moet brede dijen vertonen met krachtige spieren en laag geplaatste hakken. Niet overdreven gehoekt en loodrecht geplaatste achtermiddenvoeten. Aan de achterzijde een gegolfde bevedering die tot halverwege de dij reikt. Gesloten voeten met enig haar tussen de tenen.
De dunne huid ligt tamelijk los op het lichaam. Het haar op het lichaam moet fijn zijn, bij voorkeur vlak aanliggend of zeer licht gegolfd.
Een gekrulde of een zijdeachtige vacht zijn verwerpelijk. Vachten moeten wit met oranje, wit met kastanjebruin, wit met zwart of driekleurig zijn.
De platen mogen ook gestroomd zijn. Monorchide reuen mogen niet deelnemen aan tentoonstellingen of veldwedstrijden."
(uit Handboek Kynologie augustus 1999)

 
 

The Brittany is primarily a hunting dog with character, stamina, speed and great courage. The Brittany is a force to be reckoned with, having the urge to hunt fixed into it's temperament. The Brittany loves to be loved - but it also loves to work. They need an occupation or will readily turn into a hooligan. Almost any occupation will be taken to easily - not just shooting.

The breed started life in an area of Brittany in France called CALLAC. In the village itself, there stands a statue of a French Cob Horse, on which the shape of the Brittany is reputed to be based. In the 1800's it was usual for the English gentry to shoot partridge and snipe in France and they took with them their gundogs, mostly setters and pointers. These were often left with the French landowners from one season to the next and resulted in a number of matings between the popular Fougeres, a very high spirited spaniel from the area and the British Pointers and English and Gordon Setters - a HOT gundog was born.

The Brittanys in the UK have their roots firmly based on the best of French stock. The Kennel Club Standard describes the breed as workmanlike, compact. lively and squarely built; we would like to use the word 'cob' to give a more descriptive picture of the shape. The characteristics are energetic, intelligent, hunter-pointer-retriever who is affectionate and eager to please. This gives a good first impression of what to expect from a Brittany.

The first Brittanys were imported from France into the UK in 1982 and there are now some 1600 registered in the UK. Luckily there has not been a population explosion since we obtained CC status at Crufts in 1997. There are about 16-18 litters bred a year.

Brittany 'enthusiasts' are doing their best to ensure that the breed remains truly dual purpose so that there will never be a split between 'working' and 'show' dogs. We aim to provide working events for the novice owner who does not aspire to field Trials such as working/training days, demonstrations and natural aptitude tests.

The Brittany is an extremely adaptable dog being perfectly at home in the worst possible working conditions or equally happy to sit and watch TV with you. They are not difficult to feed and there has not been any widespread or serious health problems.

 

The Brittany makes a superb companion but must have large amounts of free exercise and they do not take kindly to being left for long periods of time. They excel in Agilty and Obedience as well as making excellent gundogs, especially for rough shooting. Anyone who has seen a Brittany quartering the ground will know how fast they work but with their great scenting abilities they rarely miss the game. The breed has also aquired great popularity with Falconers, mainly for the ease of training and also for the length of time they will hold a point.

To conclude, the French Brittany Club's motto is considered to sum the breed up very well: "Un maximum de qualites dans un volume minimum" - Maximum qualities in a minimum size.

  Meer informatie Rasvereniging en ras-specifieke websites.
   
  Dieren en Rassen   Vos Chiens
  Kennel Club Breed Standard   Hunde.com
 Les Epagneuls Bretons de l'hospitalier   Dog Breed Info Center
   
   
Breed Clubs
World Wide
   
   
  Brittany Club of Great Brittain   Epagneul Breton Club Nederland
   
  Club für Bretonische Vorstehhunde e.V.   Belgische Breton Club 
   
  Dansk Breton Club   Finsk Breton Klubb
   
  Svensk Bretonklubb   Breton - en stående fågelhund
   
  Norsk Bretonklubb   Club de l'Epagneul Breton de France
   
  Club Epagneul Breton de Chypre   Club Espagnol del Epagneul Breton
   
  Club de l'Epagneul Breton du Québec   Epagneul Breton Clubs
   
  Club de l'Epagneul Breton of the US Inc.   American Brittany Club
   
  Brittany Clubs Pages   National Brittany  Rescue and Adoption Network
   
  Brittany Club of New Zealand   Club 'Epagneul Breton Inc. Melbourn
   
   
   

 
 

                                                                                         

Rassen die u in Nederland in het jachtveld kan tegenkomen:

STAANDE HONDEN
Engelse staande honden


Pointer
Ierse Setter
Engelse Setter

Gordon Setter


meer...


      

STAANDE HONDEN
Snelle, ruim jagende continentale honden

Duitse Staande
Korthaar

Duitse Staande
Langhaar

Duitse Staande
Draadhaar

Griffon
Vizsla
Epagneul Breton

meer...

STAANDE HONDEN
Minder snel en minder ruim jagende continentale honden

Spinone Italiano
Drentsche Patrijshond
Friese Stabijhond
Wetterhoun
Grote Münsterlander
Kleine Münsterlander of Heidewachtel
Weimaraner
Epagneul Francais


meer...

     
DRIJVENDE HONDEN

Engelse Springer
Spaniel

Welsh Springer
Spaniel

Engelse Cocker
Spaniel

Duitse Brak of
Steenbrak


meer...

RETRIEVERS

Labrador Retriever
Golden Retriever
Flatcoated Retriever
Curly Coated Retriever
Chesapeake Bay
Retriever

Nova Scotia Duck
Tolling Retriever


meer...

AARDHONDEN

Ruwharige Teckel
Langharige Teckel
Kortharige Teckel of Dashond
Jack Russell Terriër
Duitse Jachterriër


meer...

     
ZWEETHONDEN

Hannoveraanse Zweethond
Beierse Bergzweethond


meer...