|
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| FCI 7e groupe, Chiens d'arrêt continentaux, type épagneul, section 1 | |||||||||||||||||
|
Epagneul Breton Dit kleine Franse hondje jaagt met grote allure, snel en ruim. Is in de eerste plaats een staande hond en vaak in mindere mate een apporteur. Heeft een eigenzinnig karakter en is daardoor niet eenvoudig af te richten. Komt voor in de kleuren rood-bont, zwart-bont en bruin-bont. Wordt in ons land niet bijzonder veel voor de jacht gebruikt.
" Meer dan bij welk ras van jachthonden ook, is hier de
vraag gerechtvaardigd of we te doen hebben met een drijfhond, die het wild
opstoot uit bosschages of dichtbegroeide akkers en dus niet voorstaat, of
met een voorstaande hond, die verwaaiing opneemt en vervolgens voorstaat. Evenals van vele andere rassen is de directe afkomst
van de Epagneul Breton moeilijk te traceren, omdat ook dit ras de invloed
heeft ondergaan van Engelse honden, met name Setters, waarmee door Britse
jagers vooral in Bretagne werd gejaagd. Door strenge quarantainewetten was
het kostbaar de honden na een jachtseizoen weer in Engeland in te voeren en
de meeste honden bleven bij bevriende jachtrelaties achter in Frankrijk. Het is de verdienste van de fokker Enaud, die met enkele getrouwen een rasvereniging oprichtte met het doel de Epagneul Breton niet alleen geschikt te maken voor het werk in dichtbegroeid terrein, maar ook op de open vlakten. In 1907 stelden de heren een standaard voor het ras op, waardoor er meer eenvormigheid in type werd verkregen. Hoewel het geoorloofd was de dieren, geboren met normale staarten, te couperen, stuurden de keurmeesters deze honden toch ongelauwerd de ring uit. In 1933 heeft men hieraan een einde gemaakt en werden dieren met gecoupeerde staarten gelijkgesteld met honden, die een aangeboren kortstaart hadden.
Bij de herziening van de standaard in 1956 werden op aandrang van de voorzitter van de Société Centrale Canine, Gaston Pouchain, een fervent Bretonliefhebber, de oorspronkelijke kleuren weer opgenomen. Tot dat tijdstip werden de oranje-witgetekenden geprefereerd zelfs boven de bruin-witten. De zwartbonten en de driekleurigen, die nog steeds in bepaalde worpen voorkwamen, werden weer erkend. Bovendien bepaalde de nieuwe standaard een minimumhoogte van 46 cm en een maximum hoogte van 51 cm. Opvallend goede reuen mochten hoogstens 52 cm zijn. Het algemeen beeld moet zijn dat van een gedrongen,
stevige en sierlijke kleine hond, stoer met energieke gangen, het uiterlijk
van een volbloed tuigpaard en met een schrandere expressie. De schedel is
middelmatig lang en iets afgerond en gaat met de duidelijk aangegeven stop
geleidelijk over in de voorsnuit, die korter is dan de schedelbreedte, met
een rechte of lichtgewelfde neusrug, in een verhouding van 3 : 2 met de
schedel. De kleur van de neus in overeenstemming met de kleur van de vacht.
Goed open neusgaten. Een donkere neusspiegel en idem lippenranden zijn
toegestaan bij alle kleuren. De dunne, voldoende opgetrokken lippen mogen
niet te vlezig zijn. De bovenlip hangt iets over de onderlip. De Epagneul Breton heeft een iets naar achteren
dalende ruglijn van schoft tot kruis, dat licht helt. De flanken dienen goed
opgetrokken te zijn. Een rechte of iets omlaag gedragen staart indien de
hond niet staartloos is geboren. De staart wordt tot op 10 cm ingekort en
eindigt in een pluim. De kaarsrechte voorhand heeft iets schuin liggende
middenvoeten. Aan de achterzijde lichte, gegolfde bevedering.
The Brittany is primarily a hunting dog with character, stamina, speed and great courage. The Brittany is a force to be reckoned with, having the urge to hunt fixed into it's temperament. The Brittany loves to be loved - but it also loves to work. They need an occupation or will readily turn into a hooligan. Almost any occupation will be taken to easily - not just shooting. The breed started life in an area of Brittany in France called CALLAC. In the village itself, there stands a statue of a French Cob Horse, on which the shape of the Brittany is reputed to be based. In the 1800's it was usual for the English gentry to shoot partridge and snipe in France and they took with them their gundogs, mostly setters and pointers. These were often left with the French landowners from one season to the next and resulted in a number of matings between the popular Fougeres, a very high spirited spaniel from the area and the British Pointers and English and Gordon Setters - a HOT gundog was born. The Brittanys in the UK have their roots firmly based on the best of French stock. The Kennel Club Standard describes the breed as workmanlike, compact. lively and squarely built; we would like to use the word 'cob' to give a more descriptive picture of the shape. The characteristics are energetic, intelligent, hunter-pointer-retriever who is affectionate and eager to please. This gives a good first impression of what to expect from a Brittany. The first Brittanys were imported from France into the UK in 1982 and there are now some 1600 registered in the UK. Luckily there has not been a population explosion since we obtained CC status at Crufts in 1997. There are about 16-18 litters bred a year. Brittany 'enthusiasts' are doing their best to ensure that the breed remains truly dual purpose so that there will never be a split between 'working' and 'show' dogs. We aim to provide working events for the novice owner who does not aspire to field Trials such as working/training days, demonstrations and natural aptitude tests. The Brittany is an extremely adaptable dog being perfectly at home in the worst possible working conditions or equally happy to sit and watch TV with you. They are not difficult to feed and there has not been any widespread or serious health problems.
The Brittany makes a superb companion but must have large amounts of free exercise and they do not take kindly to being left for long periods of time. They excel in Agilty and Obedience as well as making excellent gundogs, especially for rough shooting. Anyone who has seen a Brittany quartering the ground will know how fast they work but with their great scenting abilities they rarely miss the game. The breed has also aquired great popularity with Falconers, mainly for the ease of training and also for the length of time they will hold a point. To conclude, the French Brittany Club's motto is considered to sum the breed up very well: "Un maximum de qualites dans un volume minimum" - Maximum qualities in a minimum size.
|
|||||||||||||||||
|
Rassen die u in Nederland in het jachtveld kan tegenkomen:
|
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||