engelse setter
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 
     
  FCI  7e groupe, Chiens d'arrêt des Iles Britanniques, section 2  
  Engelse Setter

De Engelse Setter stamt af van de Britse spanielrassen die al in de zestiende eeuw werden gebruikt voor de jacht op vogels. Deze zgn. setting spaniels gaven aan waar de vogels zaten door voor ze te gaan zitten en ze daarna kruipend te naderen, zodat de jager ze met een net kon vangen. Toen de jagers vuurwapens gingen gebruiken, konden ze de vogels tijdens de vlucht neerschieten. Toen werd de hond zo ontwikkeld dat hij aangaf of ging staan waar de vogels waren, ze naderde en na het schot apporteerde. Door deze ontwikkeling ontstond er een scheiding tussen de setting spaniels en de spaniels. Men gaat ervan uit dat dit aan het begin van de achttiende eeuw is geweest. De Engelse Setter is een uitstekende staande vogelhond.

Deze setter is echter net als de Ierse setter door schoonheidsfokkerij veel van zijn jachtaanleg kwijtgeraakt. Naast de typische schoonheidslijnen is er ook een werktype, dat nog wel over de juiste jachtaanleg beschikt. Het is een ruim jagende hond, geschikt voor grote velden. Wordt in ons land op beperkte schaal voor de jacht gebruikt.

" Het woord Setter is afgeleid van "setting dogs", honden die het wild als het ware biologeren, waardoor het niet uit de dekking opspringt of opvliegt. De Engelse Setter is naar alle waarschijnlijkheid ontwikkeld uit de wat grotere Spaniels, die voor de invoering van het geweer reeds gebruikt werden om vooral patrijzen en fazanten voor te liggen, waarna het net over deze vogels getrokken kon worden. Deze jachtmethode, die we kennen onder de naam tirasseren,  afkomstig van het Franse woord tiras, dat "net" betekent, vergde veel kennis van het gedrag van het wild en van de honden.

In hoeverre andere rassen hebben meegewerkt aan het tot stand komen van de Engelse Setter zoals we die tegenwoordig kennen, blijft verborgen in de annalen van de geschiedenis.
Naar het schijnt en boze tongen beweren het apert, is de Pointer ingekruist. Ook de bewering van de stichter van het ras, de heer Laverack, dat zijn stam uitsluitend berustte op slechts twee honden, te weten Old Moll en Ponto, wordt door insiders zwaar in twijfel getrokken. Welke methodes deze grote fokker ook gebruikt heeft, het doet niets af aan het feit, dat er een prachtig ras is ontstaan, dat vele liefhebbers in de arm sluiten.
Niet altijd muntten de honden van Laverack uit in een goede aanleg en het juiste karakter voor de jacht. Naderhand is de stam van Laverack, die een standaardwerk over zijn ras schreef,: "The Setter", overgenomen door de niet minder begaafde fokker R.L. Purcell Llewellin, die reeds met succes goed werkende Ierse en Gordon Setters had gefokt. Hij nam enkele honden van Laverack over en selecteerde sterk op goede jachteigenschappen.
Of Llewellin uitgekruist heeft met Ierse of Gordon Setters blijft vooralsnog een raadsel. Wel fokte hij grote aantallen honden en exporteerde veel naar Amerika en Canada, waar tot op de dag van vandaag nog nakomelingen van Llewellins fok zijn te vinden en als Llewellin Setter worden aangeduid. Na Llewellins dood in 1925 hebben meerdere fokkers zijn werk overgenomen en dank zij de tentoonstellingen is het ras in uiterlijke verschijning sterk vooruitgegaan, mede door het fraaie kleurpatroon, het Belton.

Belton is een variatie van het schimmelpatroon, waarbij de kleurharen tot kleine vlekjes ,samenklonteren. Wit met kleine zwarte vlekjes, de Fransen spreken van moucheture (vliegenvlekjes), heet Blue Belton, wit met rode vlekjes is Orange Belton, wit met gele vlekjes is Lemon Belton  en wit met bruine vlekjes heet Liver Belton.
Ook driekleur komt voor, waarbij zwarte respectievelijk rode vlekjes verdeeld zijn als bij het "black and tan"-patroon.
Deze kleurslag heet Blue Belton and Tan of Tricolor Belton. Naast de kleine vlekjes komen ook grotere kleurplaten voor.

   
 
   

Het algehele beeld van de Engelse Setter toont een matig grote hond, reuen van 65-68 cm en teven van 61-65 cm, strak afgelijnd, sierlijk in uiterlijk en in beweging, daarbij zeer levendig en een goede jachtaanleg tonend, buitengewoon vriendelijk en zacht van aard.
Het hoofd, dat hoog gedragen wordt, is lang en droog met een duidelijke overgang tussen de vierkante diepe voorsnuit en de licht ovale schedel die evenlang is als de voorsnuit. Een geprononceerde achterhoofdsknobbel, neuskleur zwart of bruin, afuankelijk van de kleur van de beharing.
Heldere ovale ogen, zacht van expressie, het liefst zo donkerbruin mogelijk. De middelmatig lange oren zijn laag aangezet en worden tegen de wangen gevouwen gedragen met fijn, zijdeachtig haar bedekt. Sterke kaken, met perfect regelmatig, volledig schaargebit.
De tamelijk lange droge hals gaat vloeiend over in de schouders. Bovenaan is de hals licht gebogen en scherp belijnd bij de overgang naar het hoofd. Schuine, lange, goed naar achteren liggende schouders rusten op een diepe, tamelijk brede, ver naar achteren doorlopende borst. Rechte voorbenen met sterk bot, korte sterke ronde en rechte polsen. De ellebogen moeten goed aansluiten. De rug is kort en recht met een krachtige, brede lendenpartij die licht gewelfd moet zijn.
Goedgehoekte achterhand in harmonie met die van de voorhand, zowel de boven- als de onderschenkel, moet lang zijn en goedgespierd. Lage hakken die noch naar binnen noch naar buiten mogen draaien. Stevige, goed gesloten voeten met dikke voetzolen en enig haar tussen de tenen.
De staart is aangezet in de lijn van de rug tot aan de sprongen reikend, licht sabelvormig gebogen en voorzien van lange haren, de zogeheten vlag. De bevedering begint onder de staartwortel, wordt naar het midden van de staart langer en verkort daarna weer tot aan de punt.
Het haar van de vlag moet lang, zacht, glanzend als zijde met lichte golf zijn. De staart zwaait constant heen en weer. De beharing moet van de achterzijde van het hoofd in de lijn van de oren licht gegolfd zijn, lang en zijdeachtig, zonder krul met een goede bevedering aan de achterzijde van de voor- en achterbenen  tot aan de voeten reikend. Het haar op het hoofd, aan de voorzijde van de voorbenen en op de voeten is korter van structuur.
Het gangwerk moet vrij en sierlijk zijn en uithoudingsvermogen aantonen met een krachtig stuwende achterhand en de juiste beweging in de hakken."
(uit Handboek Kynologie)

 

 

The English Setter is one of the oldest breeds of gundog, with a history that traces back to the 14th century. It  was developed over hundreds of years from the spaniel and was originally called a Setting Spaniel, used for  finding and setting birds. They would be worked on moorland, ranging out freely in front of the hunter, quartering the ground and looking for birds. When located, they would crouch (or set) and remain motionless  facing the birds, often lifting a paw to indicate the position of the quarry. The hunters would then approach and lay nets so that on a given command, the dogs would rise and drive the birds into the nets. Use of the net  continued until the late 18th century, but as use of the gun replaced the net, the term Setting Spaniel was replaced by that of Setter.

The original Setters were owned by noble families who kept them for their working abilities. There is no  evidence of where these dogs originated, but it is quite likely that some were brought back from the Continent  (Europe/Asia) following wars during those times. The Setters did not separate into the breeds we know today  until the 19th century, although there were various recognised strains of Setter, named after the aristocratic  families who kept them.

Laverack Setters
The modern English Setter owes its appearance to Mr Edward Laverack (1800-1877) who developed his own strain of the breed by careful inbreeding and selective line-breeding during the 19th century. The modern show-type of English Setter is frequently referred to as the Laverack-type. He was the author of the book entitled The Setter, published in 1872. This was considered to be the definitive book on the breed and was the basis for the creation of the English Setter Standard.

Llewellin Setters

Mr Richard Purcell Llewellin (1840-1925), based his strain upon Laverack's and concentrated on developing his ideal of the working setter by breeding a number of other strains with his own. The modern-day working setter is frequently referred to as the Llewellin-type.

 

Meer informatie bij de rasvereniging en rasspecifieke websites.

 
 
   
  Dieren en Rassen   Vos Chiens
   
   
   
Breed Clubs
World Wide
 
   
  Vereniging v. Liefhebbers v.d. Engelse Setter   Royal English Setter Club Belgium
 English Setter Assocation   Midland English Setter Society
  Club du Setter Anglais   Setter Club España
  Società Italiana SetterS..   Österreichischer Setter Club
   
     Setter und Pointer Club Schweiz     Standard Englisch Setter
   
  Cesky Pointer a Setter Klub   Setter Club Polsce
   
  Engelsk Setter Klub i Danmark Norsk Engelsk Setter Klubb
   
  Setter & Pointer Club of Finland   English Setter Club Island
   
  English Setter Assocation of America   Complete Int.Eng.Setter Rescue Page
   
  English Setter Ass. of Victoria Inc.   Setter Club Russia
   
   

                                                                                                        

Rassen die u in Nederland in het jachtveld kan tegenkomen:

STAANDE HONDEN
Engelse staande honden


Pointer
Ierse Setter
Engelse Setter

Gordon Setter


meer...


      

STAANDE HONDEN
Snelle, ruim jagende continentale honden

Duitse Staande
Korthaar

Duitse Staande
Langhaar

Duitse Staande
Draadhaar

Griffon
Vizsla
Epagneul Breton

meer...

STAANDE HONDEN
Minder snel en minder ruim jagende continentale honden

Spinone Italiano
Drentsche Patrijshond
Friese Stabijhond
Wetterhoun
Grote Münsterlander
Kleine Münsterlander of Heidewachtel
Weimaraner
Epagneul Francais


meer...

     
DRIJVENDE HONDEN

Engelse Springer
Spaniel

Welsh Springer
Spaniel

Engelse Cocker
Spaniel

Duitse Brak of
Steenbrak


meer...

RETRIEVERS

Labrador Retriever
Golden Retriever
Flatcoated Retriever
Curly Coated Retriever
Chesapeake Bay
Retriever

Nova Scotia Duck
Tolling Retriever


meer...

AARDHONDEN

Ruwharige Teckel
Langharige Teckel
Kortharige Teckel of Dashond
Jack Russell Terriër
Duitse Jachterriër


meer...

     
ZWEETHONDEN

Hannoveraanse Zweethond
Beierse Bergzweethond


meer...